Home Agenda Wie is wie? Contact Links Zoek Verkleinen Vergroten

Over ons > Kerkgebouw en interieur >

Maarschalkerweerd-orgel

Dit orgel komt nog uit de oude r.-k. kerk en is gebouwd in 1844 door Pieter Sluiting en Christiaan Maarschalkerweerd uit Utrecht. Het waren leerlingen van Jonathan Batz, een telg uit een beroemd Duits orgelmakersgeslacht.

De bouw van de O.L.V. ten Hemelopneming in 1885 had tot gevolg dat het orgel gedemonteerd moest worden. Pas tien jaar later werd het weer opgebouwd en in 1907 nog eens uitgebreid.

Een serie van grote en kleine restauraties deed het orgel weinig goed, maar de grote restauratie in 2001 gaf het orgel zijn oude glorie terug. Tijdens de Orgelbalades kunt u horen wat het in huis heeft. Dr. Ton van Eek schreef een studie over het orgel (2001).

Op 9 september 2001 werd het gerestaureerde Maarschalkerweerd-orgel in de R.K. kerk van Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming opnieuw in gebruik genomen.

Een uniek orgel
Bij de bouw van dit uit 1907 daterende instrument, maakte Maarschalkerweerd gebruik van de windlade en het pijpwerk van het voormalige orgel. Dit éénklaviers instrument met aangehangen pedaal was in 1845 gebouwd door de orgelmakers Stulting en Maarschalkerweerd voor de oude schuurkerk van Houten. In 1885 verving men dit bescheiden kerkje door het huidige kerkgebouw, naar ontwerp van Alfred Tepe. Het orgel werd opgeslagen, maar herplaatsing zou zeer lang op zich laten wachten. Een schenking van 2500 gulden maakte uiteindelijk in 1906 de bouw van een ‘nieuw’ orgel mogelijk. Dit instrument werd in twee kasten aan weerszijden van het westvenster geplaatst. Opvallend aan deze opstelling is het feit dat de beide identieke fronten naar elkaar toe gewend zijn.

Gebruik van de sleeplade
De oude sleeplade en het grootste deel van het bijbehorende pijpwerk werd gebruikt voor het nieuwe Hoofdwerk en kreeg een plaats in de rechterkast. De grootste 27 pijpen van de nieuwe Bourdon 16, die door een pneumatische transmissie ook als Subbas 16 fungeerden kregen een plaats in de linkerkast, waar ook het geheel nieuwe Positief geplaatst was.

Vernieuwing van pneumatiek
In 1928 voerden de orgelmakers Collard en Van Brussel, die de firma Maarschalkerweerd tot 1940 zouden voortzetten, herstelwerkzaamheden aan het Houtense orgel uit. Vermoedelijk vernieuwden zij de pneumatiek en voegden zij pneumatische kegellaatjes voor de frontpijpen van de Prestant 8 van het Hoofdwerk toe. Ook de dispositie bleef niet onaangetast. Het Hoofdwerk verloor zijn Dulciaan 8 en op het Positief werd de Violine 4 opgeschoven tot Voix Celeste 8 (vanaf c). Daarnaast vervingen zij de Fluit Amabilis 4 door een nieuw exemplaar dat – blijkens inscripties op het pijpwerk – afkomstig was van het Maarschalkerweerd-orgel van de St.-Nicolaaskerk te Baarn (1886). In 1939 vonden opnieuw wijzigingen plaats, ditmaal uitgevoerd door de firma J.J. Elbertse. Bij die gelegenheid verving men de pneumatische transmissie van Bourdon en Subbas door elektropneumatiek en werd het Hoofdwerk verrijkt met een Terts 1 3/5 op de lege plaats van de Dulciaan. Op het Positief verviel de Voix Celeste en voegde men een Gemshoorn 2 toe.

Grote restauratie in 1968
Zeer ingrijpend waren de werkzaamheden die de firma Jos. Vermeulen in 1968 uitvoerde. De windladen werden voorzien van telescoophulzen en de dispositie werd ingrijpend gewijzigd. Op het Hoofdwerk verdween de Gamba 8 en werden Quint 3 en Terts 1 3/5 samengevoegd tot Sesquialter D II; daarnaast plaatste men een nieuwe Mixtuur IV-V en een Schalmei 8. De bestaande Fluit 4 verhuisde naar het Positief en werd vervangen door de daar aanwezige Fluit Amabilis 4. Dit laatste register werd bij die gelegenheid echter naar beneden opgeschoven en van nieuwe kernen voorzien. Op het Positief werd de Vioolprestant 8 opgeschoven tot Prestant 4; de houten pijpen werden verwijderd en de frontpijpen van het groot octaaf buiten werking gesteld. Daarnaast verdween de Aeoline 8 ten gunste van een Quint 1 1/3 en voegde men een Kromhoorn 8 toe. Tenslotte voegde men door middel van een elektrische transmissie van de Subbas 16 een Gedekt 8 en een Fluit 4 toe. In 1979 voerde de firma J.J. Elbertse & Zn. herstelwerkzaamheden uit, waarbij de ontbrekende pijpen in de discant van de Bourdon 16 werden bijgemaakt. Desondanks achtte men de toestand van het orgel niet bevredigend en maakte vanaf 1992 maakte men plannen voor een algehele restauratie.

Terug naar 1907
Bij de vorig jaar voltooide restauratie, uitgevoerd door Flentrop Orgelbouw onder advies van Ton van Eck (namens de KKOR), werd de toestand van 1907 als uitgangspunt genomen. De beide orgelkasten werden hersteld en gereinigd. De balgen zijn opnieuw beleerd en de winddruk is verlaagd naar de oorspronkelijke toestand. De windladen zijn volledig gerestaureerd waarbij de telescoophulzen zijn verwijderd en de roosters (waar nodig) vernieuwd. De pneumatiek voor Bourdon 16 / Subbas 16 is hersteld waarbij een uit voorraad van de orgelmaker afkomstig transmissie-apparaat is gebruikt; de mechanieken zijn hersteld. Het uit 1968 daterende kunststof toetsbeleg van de handklavieren is vervangen door been; ook de niet originele registerplaatjes zijn vervangen door porseleinen exemplaren. Voor de Subbas 16 werd een nieuwe registertrekker vervaardigd terwijl de gaten van de vervallen registertrekkers zijn gestopt. Voor het herstel van de oorspronkelijke dispositie stelde de orgelmaker enig pijpwerk uit voorraad beschikbaar.

De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal I, C-f3): Bourdon 16 (1907/1979 geheel hout), Prestant 8 (C-D hout, Dis-g1 front, 1907, rest op de lade, 1845), Gamba 8 (C-H gecombineerd met Holpijp, vervolg uit voorraad orgelmaker), Salicionaal 8 (grotendeels 1845, C-f gecombineerd met Prestant 8), Holpijp 8 (1845, C-H eiken, vervolg metaal), Octaaf 4 (1845/1907), Fluit 4 (1845), Quint 3 (bas nieuw, discant 1845), Octaaf 2 (1845), Dulciaan 8 (nieuw). Positief (Manuaal II, C-f3): Vioolprestant 8 (C-D hout, nieuw, Dis-g1 front, rest op de lade, 1907), Aeoline 8 (C-H gecombineerd met Bourdon, rest uit voorraad orgelmaker), Bourdon 8 (1907, C-H grenen), Violine 4 (uit voorraad orgelmaker), Fluit Amabilis 4 (Maarschalkerweerd 1886, afkomstig uit St-Nicolaaskerk Baarn), Pedaal (C-d1): Subbas 16 (transmissie Bourdon 16 HW). Koppelingen: HW-Pos, Ped-HW. Winddruk: HW en Pos 72 mm wk., Ped 87 mm wk. Toonhoogte: a1 = 440 Hz. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: Flentrop Orgelbouw en Dr. Ton van Eck, Geschiedenis Maarschalkerweerdorgel Houten, Houten 2001

houten.pj23.nl | 2010-10-08

Vorige Home Naar Boven