Home Agenda Wie is wie? Contact Links Zoek Verkleinen Vergroten

Over ons > Kerkgebouw en interieur >

Altaar

Op 28 augustus 2016 eindigde pastor Vernooij zijn preek met een Latijnse spreuk en vroeg wie deze spreuk kende. Natuurlijk hadden alle kerkgangers hun hand moeten opsteken want deze spreuk stond recht voor onze neus, gebeiteld in de altaartafel; ik telde hoogstens 10 handen. Voor een trouwe kerkganger was dit aanleiding om de redactie te vragen iets te schrijven over ons altaar.

Eerst maar een paar feiten:
het altaar is ingezegend op 17 juni 1965
de ontwerper is Dom Hans van der Laan (geboren 29-12-1904 overleden 19-8-1991)
de “verantwoordelijke pastoor” was pastoor Goossens die op 20-4-1966 met emeritaat ging
de spreuk luidt Hic terrenis caelestia humanis divina iunguntur, d.w.z. Hier worden het hemelse met het aardse en het goddelijke met het menselijke verenigd.

Deze kale feiten vragen erom wat meer te vertellen. Allereerst over de ontwerper: Hans van der Laan werd geboren in Leiden en hij studeerde architectuur in Delft (3 jaar) voordat hij monnik werd. Zijn vader en twee broers waren overigens ook architect. In de abdij in Oosterhout werd hij koster (dat is hij nagenoeg zijn hele leven gebleven, ook nadat hij tot priester was gewijd) en bemoeide hij zich met vormgeving van paramenten (kleding, kelken, etc.). Na de oorlog verhuisde hij naar de St. Benedictusabdij te Marmelis (bij Vaals) en toen zijn jongere broer als architect was afgestudeerd kwam de oude liefde voor architectuur weer bij hem boven.

Naast zijn kosterschap werden hij (en zijn broer) docent “Kerkelijke architectuur” in Den Bosch. Hij verdiepte zich nogal in de theorie en ontwikkelde de leer van “het plastische getal” (kort uitgelegd een driedimensionale uitwerking van de gulden snede). De gulden snede is een verhoudingsgetal tussen lengte en breedte die veel voorkomt in de natuur en die we dus per definitie mooi vinden. Het plastisch getal voegt daar een dimensie aan toe en dit is dus in theorie nog mooier. Hij schrijft hierover een boek dat echter door weinig mensen wordt gelezen of begrepen.

De ommekeer komt als in 1979/1980 er een tentoonstelling “Architectuur, Modellen en Meubels” wordt georganiseerd. De droge theorie vindt erkenning want we kunnen het nu zien. Natuurlijk zijn er ook mensen die “het niet mooi vinden” en die geven deze kunstrichting dan ook een bijnaam “De Bossche School” en zoals het vaak gaat in de kunstgeschiedenis wordt een “geuzenaam” een erkende “soortnaam”.

Het belangrijkste werk van Dom Hans van der Laan is de verbouwing van de abdij in Marmelis (gebouwd rond 1920) waarbij de abdijkerk het meest in het oog springt. Op een geweldige manier wordt oud en nieuw met elkaar verbonden. De verbouwing (klaar in 1967) bevat “ons altaar” en dit alles is een echt meesterwerk. De oude basiliekvorm komt vertaald in de nieuwe vorm terug. Altaar en kerk vormen één geheel, op zijn Duits “ein Gesamtkunstwerk”.

Dan nu iets over de “verantwoordelijke pastoor” Goossens. Die gaat op 20-4-1966 met emeritaat en verlaat na een paar maanden zelfs Houten. Hij zou wat ouderwets zijn en niet meer goed mee kunnen met de moderne tijd. Nu kijkend naar zijn initiatief om het altaar te vervangen, kun je je afvragen of daar niet wat aan moet worden toegevoegd. Een feit is dat de nieuwe liturgie om aanpassingen van het gebouw vroeg. Een ander feit is dat het huidige altaar is ingezegend op 17 juni 1965 en dat het besluit om dit altaar aan te schaffen ruim voor deze datum moet liggen. De verbouwing in Marmelis is nog niet geheel klaar en de erkenning van de kunstrichting “De Bossche School” is voor de meeste mensen pas van na 1980. De meeste kerken in onze omgeving hadden in 1965 slechts noodvoorzieningen om de aanpassingen in de liturgie vorm te geven.

Volgens de preek van pastor Vernooij is de tekst op het altaar van pastoor Goossens, zo niet door hem ontworpen dan in ieder geval door hem gekozen. Misschien moeten we daarom alleen al pastoor Goossens eren om zijn vooruitziende blik. Dat “betonnen kolos” is geen uiting van de neogotische stijl maar is in mijn ogen een uiting van een periode in de kerk die velen van ons bewust hebben meegemaakt en alleen daarom al moet dit gewaardeerd worden. Over smaak valt natuurlijk niet te twisten, maar kijk nog eens goed naar ons altaar, kijk naar de lijnen (verticaal is echt niet “haaks”) en laat de tekst nog eens op u inwerken.

Wij hebben een kerk die vanuit de neogotiek is mee geëvolueerd. De aanpassingen op liturgisch gebied zijn daardoor “in steen herkenbaar”, wij kerken niet in een museum maar in een gebouw waarvan de geschiedenis is af te lezen. Het Tweede Vaticaans Concilie is de aanleiding van de naam van onze parochie en van ons parochieblad, maar ook het altaar met zijn spreuk (nog wel in het Latijn) is hierop geïnspireerd. Ik hoop daarom vooral dat het goddelijke, het hemelse en het aardse nog vaak samen mogen komen, maar dat we ook esthetisch mogen blijven genieten.

Cor Bosboom

houten.pj23.nl | 2016-11-22

Vorige Home Naar Boven